naar top
Menu
Logo Print
29/11/2017 - KEVIN VERCAUTEREN

“MEER EN MEER MOETEN WE NAAR HET SYSTEEM KIJKEN I.P.V. NAAR HET PRODUCT"

Interview met Kutlu Karavelioglu, afzwaaiend voorzitter Europump

Bij Europump heeft men de gewoonte om elke twee jaar een nieuwe voorzitter te benoemen. Dat lijkt kort, maar één blik op Trump en je beseft dat omgekeerd, een regeerperiode van vier jaar, misschien wel veel te lang is. Hoewel. Deze Europese federatie kiest haar voorzitter uit de twee vicepresidenten, die dus bijna automatisch beschikken over een grote dosis kennis van zaken. Werd ieder land of elke organisatie maar even bekwaam geleid. Precies door zich als betrouwbare partner met veel expertise op te stellen, kan Europump mee de lijnen uitzetten van het Europese beleid. En daar kan de sector alleen maar goed bij varen.

WIE IS KUTLU KARAVELIOGLU?
Kutlu Karavelioglu werd geboren in 1961 in Ankara. Hij studeerde aan het TED Ankara College en het METU (Middle East Technical University). Hij beschikt over een Masters of Science degree in CAD. Sinds 1988 bekleedt hij een managementfunctie in een van de bedrijven van de Aydiner Group, zoals Samsun Machinery Industries en Layne Bowler. Kutlu Karavelioglu zetelt al sinds 2001 in het bestuurscollege van Europump, de Europese federatie van pompfabrikanten waar hij nu al twee jaar aan het hoofd van staat. Hij is ook oprichter van de POMSAD, de federatie die in Turkije de belangen van de pompensector verdedigt.

  • U hebt nu twee jaar aan het hoofd van Europump gestaan en bent daarmee aan het einde van uw termijn gekomen. Hoe kijkt u over het algemeen terug op die periode? Is de eindbalans positief?

    Kutlu Karavelioglu: “Tijdens mijn termijn hebben zich geen echt bijzondere situaties voorgedaan, behalve dan de post van Secretaris-Generaal waar er twee keer een bezettingswissel heeft plaatsgevonden. Maar dat was zeker niet onoverkomelijk omdat in institutionele organisaties elk probleem van human resources snel wordt opgelost. Bovendien bleven onze respectievelijke commissies de hele tijd perfect functioneren, zodat ik me samen met mijn twee vicepresidenten volledig heb kunnen concentreren op de belangrijke transformaties die er staan aan te komen. Als voorzitter wil je vooral dat je organisatie het onder je leiding goed heeft gedaan, maar die eindbalans hangt natuurlijk ook af van de continuïteit van je secretariaat en van de kwaliteit van het werk dat de commissies op de achtergrond uitvoeren. We hebben het geluk dat we kunnen terugvallen op de secretariële diensten en ervaring van Orgalime, een non-profitorganisatie die lobbyt, aan de ene kant, een conglomeraat van 34 federaties en 24 landen, aan de andere kant, die gemachtigd is de belangen van onder meer de Europese metaal- en elektronicasector te verdedigen."

  • Daarnet verwees u naar de voorbereiding van belangrijke transformaties. Waar heeft u het dan precies over?

    Kutlu Karavelioglu: “De Europese Commissie maakt van energie-efficiëntie een prioriteit, maar daar waren wij als Europump al veel langer mee bezig. Ons project Ecopump dateert namelijk van lang voor de implementatie van de Europese wetgeving en regelgeving in dit verband. Met de financiële inbreng van zeventien landen en het vrijmaken van extra budget hebben we, gebaseerd op de data van ongeveer 450 leden, kunnen onderzoeken hoe we de prestaties van onze pompen kunnen verbeteren en welke processen daarvoor nodig zijn. Eigenlijk waren we dat de wereld verschuldigd, aangezien ons onderzoek heeft uitgewezen dat liefst 22% van alle elektrische energie door pompsystemen wordt verbruikt. Minstens zo belangrijk om te weten is dat 35% daarvan bespaard kan worden door het gebruik van verbeterde pompsystemen.

    Los van de indrukwekkende resultaten toont het Ecopump project aan dat we, minstens wat onderzoek naar energie-efficiëntie betreft, in Europa voorliepen op veel andere industriële takken. De sector van pompen heeft met andere woorden een proactieve houding aangenomen en zelf het voortouw genomen. Dat is misschien wel een van de grootste veranderingen die zich tijdens mijn termijn hebben voltrokken én een belangrijke. Het is namelijk voor een groot stuk dankzij de opgebouwde kennis en expertise die we door Ecopump hebben opgebouwd, dat we in nauwe samenwerking met de Europese Commissie veel hebben kunnen bijdragen aan de creatie van een wetgevend kader in dit verband, zonder onze sector daarbij te verzwakken."

  • Niet alleen bent u nu twee jaar voorzitter van Europump geweest, u zetelt ook al zestien jaar in het bestuurscollege. U bent daardoor perfect geplaatst om de rol van een sectororganisatie in te schatten.
      Kutlu Karavelioglu: “We zijn een federatieve organisatie, dat wil zeggen een vereniging van federaties. Als dusdanig behartigen we de belangen van onze sector op macro-niveau, wat maakt dat lobbyen een van onze hoofdtaken is. Sectoren die het lobbywerk veronachtzamen of er niet succesvol in zijn, zullen er onvoldoende in slagen hun leden- fabrikanten te beschermen tegen de negatieve impact van populistische, inderhaast genomen maatregelen of directieven en een slechte, commerciële wetgeving die een verdere groei van omzet en tewerkstelling zou kunnen ondergraven. Lobbyen moet daarom zeer ernstig worden genomen en uiterst professioneel worden aangepakt, het liefst door externe experten en adviseurs uit het veld. Van doorslaggevend belang is immers dat je naar de wetgevende instanties kunt toestappen met betrouwbare, technische kennis. Enkel dan zul je als partner serieus worden genomen en zal er naar je worden geluisterd. Een perfect voorbeeld van hoe je door technische competentie ter zake invloed op het beleid en de wetgeving kunt uitoefenen, is het net aangehaalde Ecopump project."

    • Dat project had te maken met het continu streven naar meer energie-efficiëntie om zo onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Is dit nog altijd de belangrijkste uitdaging?

      Kutlu Karavelioglu: “Nieuwe technologieën, in het bijzonder design- en simulatiesoftware, laten toe om in kortere tijd efficiënter werkende nieuwe pompen te ontwerpen en te produceren. Dat proces loopt echter tegen zijn limieten aan, want het verschil tussen wat theoretisch en in de praktijk haalbaar is, wordt steeds kleiner. Daarom kijkt men vandaag meer en meer naar het gehele systeem in plaats van enkel maar naar de pomp om de prestaties nog verder te verbeteren. Dan hebben we het onder meer over de motoren, de aandrijfunits, de leidingen, de kleppen en de controle-units. Een juiste selectie daarvan, rekening houdend met de eigenschappen, dimensionering en capaciteiten, zal in het eindresultaat veel zwaarder doorwegen voor de pompefficiëntie."

    • Als sectororganisatie hang je natuurlijk ook af van factoren die je niet zelf in de hand hebt. Hoezeer zal de huidige geopolitieke situatie - denk aan de Brexit en de verkiezing van Trump - wegen op de aspiraties van Europese pompfabrikanten?

      Kutlu Karavelioglu: “Of je nu een Europese fabrikant bent, een Amerikaanse, Japanse of Chinese, de nationaliteit maakt niet uit: elk land wordt op dezelfde manier en in gelijke mate door de huidige geopolitieke ontwikkelingen getroffen. Het verschil situeert zich eerder op het niveau van bedrijfsgrootte. Wereldwijd zijn er verschillende bewegingen aan de gang die regeringen aanzetten tot het nemen van protectionistische maatregelen. Het systeem waarbij vanwege de goedkope arbeid slechts in een beperkt aantal regio's geproduceerd wordt wat in de rest van de wereld wordt geconsumeerd, heeft niet alleen de zwakke punten blootgelegd van de eigen economie, het heeft ook tot een status quo en zelfs een krimp geleid. Landen zien de winst van de eigen consumptie elders geïnvesteerd worden. Ondertussen wordt de kloof tussen arm en rijk almaar groter en is het aantal staten op basis van etniciteit en ideologie gestegen van 200 naar ongeveer 2.000. Maar een gebrek aan grondstoffen en infrastructuur maakt deze staten ironisch genoeg net afhankelijk van anderen, terwijl ze onafhankelijkheid nastreven ... Al deze ontwikkelingen hebben regeringen doen inzien dat het voor de eigen economie beter is om terug te vallen op producten die lokaal werden geproduceerd, zelfs al zijn ze duurder. Vandaar de opmars van mechanismes om de markt te controleren en de binnenlandse productie te stimuleren. Ik ben er dan ook van overtuigd dat kleinere, lokale bedrijven weer sterker zullen worden, ook in onze sector, hoewel grote groepen veelvuldig en overal andere bedrijven opkopen."

    • Wat zijn tot slot uw aanbevelingen voor uw opvolger? Zijn er bijvoorbeeld projecten die nog niet zijn afgerond?

      Kutlu Karavelioglu: “Mijn opvolger Martijn van den Born was, zoals elke nieuwe voorzitter bij ons, eerst vice-voorzitter. Veel raad heeft hij van mij niet nodig. Hij staat echter wel voor een paar uitdagingen. De sociale en economische ontwikkelingen waar ik daarnet naar heb verwezen, hebben een serieuze impact op de werking van ngo's en organisaties die ijveren voor sectoriële samenwerking. De budgetten worden teruggeschroefd, terwijl er net in deze tijden nood is aan organisaties als de onze. Kortom, we hebben meer budget nodig, niettegenstaande de negatieve conjunctuur. Het is geen goed idee om daarvoor aan te kloppen bij onze bestaande leden. De extra fondsen moeten bij nieuwe leden worden gezocht. Daarbij hoeven we ons niet tot Europa te beperken. Integendeel, onze organisatie zou een globaal actief orgaan moeten worden. We proberen niet al te veel op de fondsen van Europa een beroep te doen, maar ze zijn wel ideaal voor het opzetten van onderzoeksprojecten die onze leden meer economische slagkracht moeten geven. Het zijn dit soort projecten waar we meer op moeten inzetten. Hoe meer Europump gekend en erkend wordt om het goede werk dat wordt geleverd, hoe meer leden we zullen kunnen aantrekken en hoe gediversifieerder de diensten zullen zijn die ons leden op hun thuismarkt kunnen aanbieden, waardoor ze uiteindelijk ook succesvoller zullen zijn in het lobbyen."

    DE ROL VAN AGORIA BINNEN EUROPUMP
    Voor de Belgische pompenindustrie werkt Agoria, de Belgische federatie van de technologische industrie, binnen Europump mee aan de herziening van de Europese ecodesign wetgeving voor waterpompen (EC 547/2012) en de uitwerking ervan in geharmoniseerde normen voor de implementatie van 'Energy Efficiency Indices' voor enkelvoudige pompsystemen. Hierbij wordt de energie-efficiëntie van een pompensysteem (pomphuis, elektromotor en frequentiesturing) in zijn geheel bepaald ('Extended Product Approach), terwijl de vorige versie van de eerder genoemde wetgeving eerder focuste op de hydraulische efficiëntie van het pompenhuis, onafhankelijk van het aandrijfsysteem van de pomp. De herwerking van de wetgeving en het opstellen van de normen vormen echter een moeizaam proces. De verwachting is dat de Europese Commissie in 2017 of het eerste semester van 2018 een voorstel zal formuleren en toelichten op een consultation forum aan de stakeholders (zoals Europump).