naar top
Menu
Logo Print

ATEX

EXPLOSIEVE SITUATIES ONDER CONTROLE

ATEX-richtlijnen en -normen

De ATEX-regelgeving houdt nauw verband met onder meer de motoren die gebruikt worden in omgevingen waar explosiegevaar kan optreden door gassen, brandbare stoffen of vloeistoffen. Anno 2018 kunnen elektrische motoren zonder enige beperking worden gebruikt in omgevingen met explosiegevaar, als ze tenminste zelf geen explosies of extra schade kunnen veroorzaken. In die optiek blijft het de verantwoordelijkheid van de gebruiker om, afhankelijk van de atmosfeer, de meest ideale motor in relatie tot de maximale oppervlaktetemperatuur en groepsindeling te kiezen. We polsten enkele ervaringsdeskundigen naar ATEX en de praktische implementatie.

 

ECONOMISCHE EN SOCIALE RICHTLIJNEN

Op het vlak van de Europese regelgeving voor explosieve omgevingen zijn er twee relevante richtlijnen: ATEX 114 en ATEX 153. Het betreft resp. een economische richtlijn - gericht op apparatuur - en een eerder sociale richtlijn voor de gebruikers in explosiegevaarlijke omgevingen.

ATEX apparaatcategorieënapparatuur in zonesATEX 114

ATEX 114 is een richtlijn die zich richt tot de producenten van apparaten. De tekst bevat onder andere een oplijsting van minimumeisen, waaraan apparatuur die in omgevingen met explosiegevaar gebruikt wordt.

Apparatuurcategorie

Op basis van het zoneringsplan volgens ATEX 153 (zie verder) mag men in bepaalde zones slechts bepaalde categorieën van apparaten gebruiken. Er bestaan drie onderverdelingen (voor de meestvoorkomende Materieelgroep II) die beschreven staan in ATEX 114:

  • Categorie 1: zeer hoog beschermingsniveau;
  • Categorie 2: hoog beschermingsniveau;
  • Categorie 3: normaal beschermingsniveau.

Labels op een explosieveilig apparaat dienen een van deze categorieën te vermelden.

Atex motorenNieuw sinds 2016

De (nieuwe) richtlijn ATEX 114 is er sinds april 2016 en kent - hoewel er inhoudelijk weinig veranderd is - toch enkele wijzigingen:

  • De tekortkomingen die op het vlak van 'notified bodies' soms werden geconstateerd, wil men wegwerken door de eisen expliciet te specificeren waaraan een dergelijk orgaan dient te voldoen.

  • Een van de belangrijkste aanpassingen is die betreffende import van buiten Europa. De niet-Europese fabrikant blijft verantwoordelijk voor documentatie, certificatie en labeling, maar er wordt ook meer verantwoordelijkheid bij de tussenschakels gelegd. De importeur moet instaan voor de controle van die documenten voor hij gaat invoeren. Ook de distributeur krijgt een taak: het correct opslaan en transporteren van de producten, en het overhandigen van de certificaten bij aflevering aan de klant.

  • Als er bottom-up (vanuit de gebruikersmarkt) problemen worden vastgesteld aan een apparaat, dan is er nu de verplichting om de geschiktheid van het product in vraag te stellen. Dit leidt dan tot een aanpassing van het product of het uit de handel nemen van dat apparaat.

ATEX 153

ATEX 153 is gericht naar de gebruikers, de mensen die echt met de explosierisico's te maken krijgen.

Deze richtlijn kreeg haar nieuwe nummering in 2016 (voorheen ATEX 137), maar kent geen recente veranderingen.

De richtlijn gaat aan risicobeheersing doen door middel van drie pijlers:

  • Eerst en vooral wordt geprobeerd een explosieve atmosfeer te vermijden en te catalogiseren. Daarvoor dient o.a. een zoneringsplan opgesteld te worden (zie tabel).
  • Vervolgens dienen binnen die gebieden ook de ontstekingsbronnen geweerd te worden. Hierbij spelen de apparaatcategorieën (en hun beschermingsniveau), zoals bepaald in ATEX 114.
  • Ten slotte wordt ook geprobeerd om in het geval van een explosie de gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Denk daarbij aan mitigerende maatregelen zoals explosieonderdrukkingssystemen, breekplaten ... Ook explosie-isolatie mag niet uit het oog verloren worden.

Explosieveiligheidsdocument

 

Een belangrijk element van ATEX 153 is het Explosieveiligheidsdocument (EVD). Dit bevat onder andere een risico-inventarisatie en -evaluatie van de apparatuur, een beschrijving van de organisatorische maatregelen en de eerder vermelde zone-indeling.

 

GESCHIEDENIS VAN DE ATEX-RICHTLIJNEN

De eerste Europese ATEX-richtlijn kwam er in 1994: de 'economische' ATEX 94/9/EG, die in het begin ATEX 100a werd genoemd naar het artikel m.b.t. de eengemaakte Europese markt (Verdrag van Rome). De eerste sociale ATEX is in 1999 verschenen als 99/92/EG en werd toen ATEX 118a genoemd. Na het verdrag van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997) kregen de ATEX-richtlijnen een nieuwe 'roepnaam' omdat de desbetreffende artikels in het verdrag andere nummers hadden gekregen: ATEX 95 (economische richtlijn) en ATEX 137 (sociale richtlijn). In 2014 is de economische richtlijn aangepast: 94/9/EC werd 2014/34/EU. Met het sluiten van het Verdrag van Lissabon (met weer nieuwe nummers van de desbetreffende artikels) werden de ATEX richtlijnen 'herdoopt' tot ATEX 114 en ATEX 153.

Elnor ATEX motoren

RICHTLIJNEN EN NORMEN

Richtlijnen bevatten de algemene eisen waaraan men dient te voldoen, maar de details worden daarin niet gestipuleerd. Voor die invulling dient men normen aan te wenden. Bepaalde Europese normen zijn geharmoniseerd - de richtlijn geeft aan dat, wanneer men die bepaalde normering volgt, men het vermoeden van overeenstemming krijgt ... Het is niet verplicht om die normen te volgen, maar dan dient men zelf aan te tonen dat men aan de algemene eisen voldoet. Dat kan gebeuren via een certificatieprocedure, met testen door een 'notified body'.

IEC 60079

Het IECEx systeem (International Electrotechnical commission system for Certification to standards relating to equipment for use in Explosive atmospheres) is bedoeld om vrij handelsverkeer in apparatuur en diensten in explosiegevaarlijke omgevingen internationaal te vergemakkelijken met behoud van het vereiste niveau van veiligheid. Het bevat dus een aantal internationale standaarden. IEC 60079 behandelt o.a. explosieve atmosferen, beschermingsniveau van de uitrusting, ventilatie, detectoren, statische elektriciteit ...

ISO/IEC 80079-36/37

De EU was de eerste die met de EN13463-reeks een norm opstelde voor explosieveilige mechanische apparatuur. Internationaal werd deze norm gebruikt als voor de creatie van ISO/IEC 80079-36/37. In navolging daarvan adopteerde de EU dan deze internationale norm. De voornaamste innovatie hierbij zijn de aanpassingen van de labeling. De explosieveilige apparaten krijgen nu beschermingswijze 'Ex h'. Om te weten te komen wat deze specifiek inhoudt, moet men het ATEX-certificaat of de handleiding raadplegen. Deze wijziging kreeg dan ook vanuit de praktijk al enige kritiek.

HERSTELLINGEN, ONDERHOUD EN CERTIFICERING

Elnor

Herstellingen van (elektrische) ATEX-apparatuur moeten gebeuren door een 'erkende' werkplaats. Die erkenning wordt gegeven door de Externe diensten voor technische controle op de werkplaats (EDTC). De elektrische herstellingen zijn beschreven in artikel 105-110 van het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (AREI). Voor mechanische installaties is er vooralsnog geen specifieke wetgeving, maar het wordt aanbevolen om ook hier een erkende werkplaats in te schakelen. Wat (preventief) onderhoud betreft, is er een grijze zone ... Het is steeds aanbevolen de onderhoudsvoorschriften van de fabrikant te volgen. Verder wordt het ook aangeraden om specifiek ATEX-gecertificeerd personeel de herstellingen en het onderhoud te laten uitvoeren.

Daarvoor is er een internationale persoonscertificatieschema voor het valideren en certificeren van personeel dat werkzaam is in explosiegevaarlijke gebieden of verantwoordelijk is voor de veiligheid in die gebieden: IECEx 05 (in het VK geldt een gelijkaardige certificatie: CompEx, competence in explosion). Het bezit van dit certificaat toont aan dat de houder ervan werkt volgens IEC 60079. Examens hiervoor worden afgenomen door een centrum onder toezicht van een 'notified body'. Vooralsnog kan men in België geen erkend examencentrum vinden; in Nederland kan men terecht bij Dekra of KIWA. Een geslaagde test, in combinatie met het aantonen van praktijkervaring (gedetailleerde cv, referenties …), is vereist voor het verkrijgen van de 'Certification of Personnel Competence' (CoPC).

COMPLEX KLUWEN

ATEX zonesZonering

Rond bronnen van ontvlambare gassen of dampen is voorgeschreven dat de gebruiker een zogenaamde 'zonering' in acht dient te nemen. In relatie tot het type zone wordt vervolgens het type explosieveilig materiaal afgebakend. Apparaten die in Groep 1 gecatalogiseerd worden, lenen zich tot gebruik in ATEX-zone 0, toestellen uit Groep 2 kunnen ingezet worden in zones waar er tijdens normaal gebruik explosiegevaar kan optreden (zone 1), terwijl Groep 3 enkel te gebruiken valt in zone 2, waar er zich uitzonderlijk explosiegevaar kan voordoen. Het spreekt voor zich dat materiaal uit Groep 1 ook in minder risicovolle zones kan worden geplaatst.

Voor zowel fabrikant als gebruiker

Dat de ATEX-regelgeving een complex, vaak niet te ontwarren kluwen blijkt, is een understatement. De aansprakelijkheid komt er niet enkel terecht op de schouders van de gebruiker, die verwacht wordt als een goede huisvader om te springen met explosieveiligheid, maar ook op de fabrikant van onder meer motoren. Naast het onderscheid in toepassing (zie bovenste kaderstuk) maakt de reglementering ook notie van de regelgeving naar brandbare gassen 'G' en damp, alsook een afzonderlijke richtlijn voor brandbaar stof 'D'. Gekeurd elektrisch materiaal (zoals een explosieveilige motor) mag dus slechts in bepaalde gevallen worden gebruikt. Terwijl de verantwoordelijkheid omtrent de constructie van deze motoren logischerwijs bij de fabrikanten komt te liggen, is de eindgebruiker er aansprakelijk voor dat dit materiaal ook in de juiste zone terechtkomt.

BEVEILIGINGSWIJZEN

Elnor

D, E of DE

Er bestaat een heel scala aan mogelijke beveiligingswijzen, maar de meest gebruikte (voor motoren) zijn drukvast 'd' en verhoogde zekerheid 'e'.

  • Bij een drukvaste constructie is het omhulsel zo gebouwd dat een interne explosie in de motor zich niet naar buiten kan doorzetten. Er mogen bij dit type schakelcomponenten zoals een relais binnen in de motor worden gebruikt.

  • Bij een 'e'-type is de motor gebouwd om de kans op vonkvorming te minimaliseren, maar de motor zelf is niet drukvast. Die wordt daarom ingezet voor standaard driefasige motoren zonder geïntegreerde schakelcomponenten.

  • Een combinatie is ook mogelijk, bv. een drukvaste 'd'-motor met een klemmenkast die (niet drukvast) 'e'-gekeurd is, dit wordt dan als 'de' gemarkeerd.

Vergelijking tussen types

Beveiligingswijze 'e' heeft als voordeel dat het constructief goedkoper blijkt voor standaard driefasige motoren. Het voordeel van beveiligingswijze 'd' is de vrije inbouw van elektrische componenten, en het is ook meestal goedkoper voor een-fasige Ex-motoren.

Explosieveilige omkasting

Ook een explosieveilige omkasting kan soelaas bieden, zodat een bepaalde machine kan worden geplaatst in een bepaalde zone, al blijkt deze aanpak in de praktijk aanzienlijk prijziger, complexer en ook minder snel. Bovendien moet de omkasting zelf ook afzonderlijk worden gekeurd.

INGREPEN AAN MOTORCONSTRUCTIE

 

motorconstructie ATEX

De motorconstructie moet aan de druk van een interne explosie kunnen weerstaan. Ook moeten de passingen (bijvoorbeeld de asdoorgang) voldoen aan nauwe toleranties om in het geval van een interne explosie de hete gassen die ontstaan, af te koelen tijdens hun weg naar buiten. Ook de maximale oppervlaktetemperatuur van de motor (T-klasse) moet binnen bepaalde grenzen worden gehouden. Hiervoor wordt veelal een thermische beveiliging in de wikkeling van de motor geplaatst die de stroom onderbreekt bij een overtemperatuur. De temperatuurklasse is eveneens in de naamgeving weergegeven. Verder moeten ook componenten zoals de kabelinvoer (wartels) en de buitenaarding aan de Ex-vereisten voldoen.